Afgelopen week was het De week van de Teek. Van drie tot en met zeven april werkten twintig organisaties aan het brengen van deze boodschap. Een week gevuld met waarschuwing, voorlichtingen en tips om beten en ziektes te voorkomen. Maar waarom worden dit soort weken eigenlijk georganiseerd?

Of je nou werkt in de natuur, graag wandelingen in het bos maakt, of gewoon af en toe langs het park fietst: aan teken is het moeilijk te ontkomen. Wat maakt deze kleine beestjes zo gevaarlijk? Woordvoerder Charmaine Philippi van organisatie Stigas legt uit: “Teken zijn erg kleine platte spinachtige diertjes. Ze zijn vooral te vinden in bossen en duinen en soms ook in parken en tuinen. Door een tekenbeet kunt u de ziekte van Lyme oplopen. Om die reden moet u zich, na een bezoek aan het groen, regelmatig op tekenbeten controleren. Heeft een teek u gebeten? Dan is het belangrijk om de teek snel te verwijderen en gedurende drie maanden te letten op de eerste symptomen van de ziekte van Lyme.”

In 2015 voerde de GGD regio Utrecht een onderzoek uit naar de aanwezigheid van teken in de bebouwde kom. Op 17 van de 27 onderzochte parkjes, bosjes en groenstroken werden meerdere teken gevonden. Dit zijn plekken die regelmatig worden bezocht door spelende kinderen, mensen die met hun hond lopen of medewerkers in het groenonderhoud. In 2017 en 2017 werd dit onderzoek doorgezet door de GGD.

De gevolgen van de ziekte van Lyme zijn erg gevaarlijk. Als u vermoedt de ziekte van Lyme te hebben opgelopen na een tekenbeet, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw huisarts. Als u als groenmedewerker de ziekte vermoedt, kunt u terecht op het preventiespreekuur van de Stigas-bedrijfarts. Voor meer informatie kunt u kijken op: http://www.weekvandeteek.nl