De comedian met die ‘knot’ bovenop z’n hoofd. Patrick Laureij is tegenwoordig niet meer weg te denken uit het wereldje van het cabaret. Vorig jaar was zijn tour “Dekking hoog” enorm succesvol. Elk theater was binnen een mum van tijd uitverkocht.
Logisch dat we door het succes van de Rotterdammer een nieuwe show konden verwachten: “Nederlandse Hoop”, die dit najaar begint en eindigt in mei 2019.

Maar voordat hij zijn tweede theatertour begint, gaat hij eerst nog heel het land door voor de try-outs. Zo ook theater De Lieve Vrouw. In april volgend jaar staat de comedian in het grotere theater De Flint en nu kan hij bij de try-out alvast kennismaken met het publiek in Amersfoort.

Laureij komt op met Amerikaanse rap en haalt gelijk het eerste geintje uit met het publiek. Hij praat namelijk opeens met een compleet andere stem, in plaats van het welbekende Rotterdamse accent. “Geintje mensen” en de zaal is gerustgesteld.
De 36-jarige cabaretier begint met een anekdote over het feit dat het echt goed met je gaat als je in je eentje op een terras een appeltaartje naar binnen werkt. Laureij heeft de zaal dan ook gelijk al ingepakt.

Tijdens deze try-out zijn ook weer de woorden zoals ‘tyfuszooi/teringzooi’ te horen die inmiddels een vast begrip zijn in de shows van Laureij. Alles wat hij zegt valt in goede aarde en het publiek ligt dubbel. De nodige traantjes worden gepinkt en ook de schaterlach van de ‘zaalgek’ klinkt boven iedereen uit.
Laureij vertelt verhalen over van alles en nog wat. Van het denken dat je een hartaanval hebt naar het meegaan naar de autodealer met een maat. De zaal kan maar geen genoeg krijgen van het Rotterdamse accent en de geniale anekdotes.

Kortom, gezien deze try-out kunnen we ons weer opmaken voor een hilarische theatertour. De korte stiltes en soms het springen van de hak op de tak vergeven we hem. We moeten namelijk niet vergeten dat we hier eigenlijk nog te maken hebben met een opkomende cabaretier. Dit belooft dan ook veel voor de toekomst van Laureij. Met de grappen zit het in ieder geval meer dan goed.

Bastiaan den Boer