Gevangenen komen meestal sneller vrij dan de daadwerkelijk opgelegde straf. Meestal komen gevangenen al na het uitzitten van tweederde van de opgelegde straf vrij. Sander Dekker is Minister voor rechtsbescherming en vindt dat hier verandering in moet komen. Vorige week kwam het wetsvoorstel van Sander Dekker hierover met een ruime meerderheid door de Tweede Kamer.

Het nieuwe wetsvoorstel van Minister Dekker moet ervoor zorgen dat gevangenen niet al na tweederde van de straf vrijkomen. En de voorwaardelijke invrijheidstelling zal dan maximaal twee jaar voor het einde van de straf in gaan. Daarnaast wordt de voorwaardelijke invrijheidstelling ook minder vanzelfsprekend. De heer Dekker wil dat er zorgvuldiger wordt gekeken naar het gedrag van gevangenen. Bij het bepalen of een gevangene in voorwaardelijke invrijheidstelling komt moet daarom gekeken worden naar het gedrag van de gevangene, het slachtofferbelang en het gevaar voor de maatschappij.

Op de website van de Rijksoverheid is te vinden waarom Dekker dit voorstel heeft ingediend. “Het is voor de samenleving, en voor slachtoffers in het bijzonder, onverteerbaar dat daders vrijwel altijd maar tweederde van de opgelegde straf achter de tralies zitten.”, aldus Minister Dekker op de website. In meerdere berichten van de Rijksoverheid wordt benadrukt dat het op de manier zoals het nu gaat onverteerbaar is voor de slachtoffers. Voor Minister Dekker, die zich inzet voor de rechtsbescherming in Nederland, zou dit dus een belangrijk uitganspunt zijn.

Behalve dat de duur van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ingekort, wordt die met het nieuwe wetsvoorstel ook strenger beproeft. Het is de bedoeling dat er bij een voorwaardelijke invrijheidstelling strenger wordt beoordeeld of de gevangene daar recht op heeft. Hierbij wordt dan gekeken naar het gedrag van de gevangene, het slachtofferbelang en het gevaar voor de maatschappij.

Dat het wetsvoorstel een meerderheid van stemmen kreeg in de Tweede Kamer betekent niet dat het wetsvoorstel ook is aangenomen. Na het stemmen in de Tweede Kamer moet het wetsvoorstel nog langs de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel alleen aannemen of verwerpen. Een wijziging aan het voorstel kan de Eerste Kamer dus niet indienen. De Eerste Kamer heeft namelijk geen recht van amendement.

Naast het wetsvoorstel van Minister Dekker over de voorwaardelijke invrijheidstelling, wordt er ook gewerkt aan de terugkeer van gedetineerden in de maatschappij. Hierbij zal de gemeente waarin de gedetineerde terugkeert een actievere rol moeten gaan spelen. Het is de bedoeling dat gedetineerden al tijdens hun detentie aan de slag gaan met het ‘Detentie- en Re-integratieplan’. “Ik vind het belangrijk dat gedetineerden het heft in eigen hand nemen. Buiten de gevangenismuren, maar eerst daarbinnen.”, laat Dekker via de website van de Rijksoverheid weten.

Met het Detentie- en Re-integratieplan is het de bedoeling dat een ex-gedetineerden bij terugkeer in de maatschappij doelen gaat stellen en eraan gaat werken om op het rechte pad te blijven. Het wordt dan de taak van de gemeente om hier toezicht op te houden. Amersfoort loopt hierin al een stapje voor op andere gemeentes. Met het ‘maatjesproject’ speciaal voor ex-gedetineerde helpt de gemeente ze verder bij een terugkeer in de maatschappij. Dit project in Amersfoort wordt geregeld door de stichting ‘Exodus’. Door heel Nederland houden zij zich op verschillende manieren bezig met (ex)-gedetineerden. Bij het maatjesproject in Amersfoort zijn vier vrijwilligers opgeleid door de stichting om aan de slag te gaan als maatje van een (ex)-gedetineerde in Amersfoort. Zij worden dan gekoppeld aan een ex-gedetineerde, of iemand die nog in detentie zit, in Amersfoort die zich klaar maakt voor een nieuw leven. Hierbij helpen de vrijwilligers met het zoeken van werk en zijn zij er voor de (ex)-gedetineerde als maatje.