Verschillende fracties, waaronder D66 waren geïrriteerd vanwege de uitspraken die Grapperhaus heeft gedaan over de ‘kalifaatkinderen’. Grapperhaus zou in de uitzending van Pauw op 15 mei te veel zijn mening en emotie gedeeld hebben. In de publieke opinie komen verschillende vragen omhoog; ‘Is het als minister verantwoord om emotionele uitspraken te doen? Moet het kabinet het beleid over de kalifaatkinderen heroverwegen? En is minister Grapperhaus überhaupt wel geschikt voor zijn functie?

Grapperhaus zei In het tv-programma dat hij al een geruime tijd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) aan het onderzoeken is hoe het nou precies ligt en hoe op een veilige wijze de kinderen alsnog terug zouden kunnen keren. Toen Jeroen Pauw minister Grapperhaus vroeg of dit is wat hij wilde, antwoordde Grapperhaus dat hij het afgrijselijk vindt dat die kinderen zich daar bevinden en dat hij eigenlijk vindt dat de kinderen daar weg moeten en niet in zo’n kamp moeten zitten. Dit bleek geen handige zet te zijn geweest want een dag later sprak premier Rutte dit tegen. Grapperhaus zou met zijn uitspraken insinueren dat het kabinetsbeleid gewijzigd is of zal worden maar dit is niet het geval. Nederland zet zich niet actief in om jihadisten en hun kinderen terug te halen alleen als dit is om humanitaire of strafrechtelijke redenen is, kan dit aan de orde komen. Dit bevestigde Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer tijdens het debat over terrorismebestrijding. Het is duidelijk dat minister Grapperhaus persoonlijk het liefst wil dat er nog een alternatieve en wellicht betere oplossing zal komen voor het dilemma. Ook kunnen zijn deze uitspraken tegenstrijdig en onhandig zijn geweest. Zeker als politicus is het in de huidige maatschappij belangrijk om geen tegenstrijdige en emotionele uitspraken te doen om verwarring en onenigheden te voorkomen.

Daartegenover staat dat Grapperhaus een minister is maar ook een mens. De maatschappij en de media zijn tegenwoordig gebrand op alle uitspraken die onze politici doen. Als een politicus uitspraken doet die vijf jaar later onjuistheden blijken te bevatten, of de politicus is van mening veranderd, dan zorgen de media ervoor dat deze politicus niet meer zijn werk kan doen maar dat deze maandenlang tijd kwijt is aan verhoren, interviews en verwijten. De kans om zonder schade een fatsoenlijke politieke carrière voort te zetten wordt dan vaak nihil. De manier waarop het nu gebeurt levert voor geen enkele partij een positieve uitkomst. Als minister teken je een contract. In dit contract staat niet dat de vrijheid van meningsuiting van tafel wordt geschoven en ook niet dat de gedachten van de desbetreffende persoon altijd gelijk zullen zijn aan het beleid van het kabinet. In werkelijkheid verwachten de media dit wel. Als ministers uitspraken doen die niet helemaal rijmen met het beleid worden ze gelijk op het matje geroepen.

Maar we vergeten dat ook onze hardwerkende ministers recht hebben op emoties en een individuele mening. Grapperhaus zegt niets over het beleid, hij is zelf bezig met onderzoek naar oplossingen en hij vindt het vreselijk dat er onschuldige kinderen in kampen zitten waar ze niet thuishoren. Bij ieder ander persoon hadden we dit meer dan logisch gevonden en er verder niet bij stilgestaan. Wanneer hebben we besloten dat een minister geen vrijheid van meningsuiting meer mag hebben? En wanneer hebben we besloten dat als een minister over zichzelf en in ik-vorm praat dit voor ons hele kabinet geldt? Voor de media is het een spelletje geworden om opzoek te zijn naar schande, met als resultaat dat onschuldige mensen met een eigen mening en goede bedoelingen, hiervan de dupe zijn.