Het is de derde dienst van vandaag, de Dohr. Het is warm en benauwd, maar daar schijnen de bezoekers van de moskee deze vrijdagmiddag geen last van te hebben. Van alle kanten lopen mannen en vrouwen richting de moskee El Fath. Eerst samen, maar al gauw scheiden hun wegen. Mannen en vrouwen beleven de dienst apart van elkaar en dat begint al bij de ingang.

Voor de ingang bij de vrouwen is het druk. In groepjes van vier en vijf komen ze druk pratend binnen. Velen hebben ook nog de kinderen bij zich, die een beetje om hun moeders heen hangen. Alle vrouwen dragen naar regels een Chador, die het volledige lichaam bedekt, en een Hidjab: de hoofddoek. Eenmaal binnen word je naar boven geleid via een prachtige, marmeren trap. Alles is licht en lijkt groot door de hoogte van de ruimtes. De moskee telt drie verdiepingen en heeft een eigen bibliotheek.

Een vrouw, die door de rest wordt aangewezen als de woordvoerster van de groep, geeft een korte samenvatting over de kern van de islam. ‘Islam betekent letterlijk ‘overgave’. Overgave aan Allah (god). De klinkers in het woord s,l,m zijn afgeleid van het woord salam, wat vrede betekent. Het gaat erom dat je vrede vindt in de overgave aan god. Veel mensen associeren ons geloof nu vaak met geweld en terrorisme. Dat is jammer, want de meeste moslims hebben een grote afkeer van dit geweld. Het geloof dat wij hier belijden, spoort op geen enkele manier aan tot dit soort daden. Zij hebben de islam niet goed begrepen.’

Ze is actief voor de Moskee. Ze is betrokken bij allerlei activiteiten die de moskee organiseert en het aanspreekpunt voor vrouwen die zich overwegen te bekeren of gewoon meer willen weten over het geloof. Onlangs ontving ze nog een groepje examenstudenten, die voor hun profielwerkstuk meer wilden weten over de islam. ‘Vragen over het geloof zijn heel begrijpelijk, dus ik stel me daar graag voor open’, vertelt ze.

Ondertussen is de dienst begonnen. Het is donker en benauwd in de ruimte met zeker een stuk of 50 vrouwen met hun kinderen. Achteraan zitten de vrouwen die moe zijn, ze leunen tegen de muur. Vooraan hebben zich twee rijen gevormd, waarin vrouwen naar elkaar zitten. Af en toe staat er iemand op voor de salat: het gebedsritueel, een verplicht ritueel dat vijf keer per dag moet worden uitgevoerd. Dan begint de dienst. Het gefluister maakt plaats voor stilte. De imam begint met zijn preek. Hij heeft het vooral over de ramadan en de betekenis van deze maand vasten. Het is een moment van bezinning, bewustwording van wat je hebt en bovendien geeft de maand de gelegenheid om jezelf te verbeteren. Het hele verhaal wordt met grote overgave verteld. Hoge en lage tonen wisselen snel af. Soms lijkt het bijna alsof de imam een volkslied zingt. Vanuit de vrouwenruimte kun je de imam niet in het ‘echt’ zien, alleen horen. Er hangen wel televisieschermen, maar die hebben het na een paar keer ‘aan en uit’ begeven.

Hoewel de meerderheid zich focust op de woorden van de imam, is het erg onrustig. Je hoort de wind van de verkoelende waaiertjes zachtjes langs je heen gaan. Om de paar minuten hoor of zie je een kind iets doen wat niet mag. Je voelt en deelt de opgelatenheid van de moeder waarvan het kind maar niet stopt met huilen. Het levert een lichte spanning op in de zaal. Toch wordt er ook begrip getoond. Wanneer een vrouw gehaast en bezweet binnenkomt met de maxicosi in de ene hand en een kind in de ander, wordt ze in stilte geholpen door de rest. Zo heeft zij haar handen vrij om het gebedsritueel te doen.

Na een uur is de preek klaar en wordt er samen gebeden. Hiervoor stelt iedereen zich op in rijen. Op het ritme van de woorden van de imam doet iedereen dezelfde beweging. Er wordt afgesloten met de woorden Allahoe Akbar, ‘god is groot’, en dan zit de Dohr erop.