Afgoderij, een besneden Messias en de holocaust. Verschillende onderwerpen van het Jodendom komen aan bot tijdens de lezing van Jip Wijngaarden over haar expositie die tentoongesteld wordt in de St. Joriskerk.

In de maanden mei tot september zullen er een aantal tentoonstellingen plaatsvinden binnen het thema ‘2018, Europees Jaar Cultureel Erfgoed’. ‘De Joodse weg’ is de eerste expositie van de culturele en kunstzinnige zomeropening die getoond wordt in de St. Joriskerk. Jip Wijngaarden, de kunstenares van de expositie, heeft een aantal van haar werken toegelicht in een rondleiding en gaf na afloop een lezing over wat het Jodendom voor haar betekent.

Een van de eerste werken die ze toelicht heet ‘Amsterdam huilt waar het eerst gelachen heeft.’ Dit slaat op de positie van Amsterdam tijdens de tweede wereldoorlog, waarin veel Joden moesten vertrekken uit hun stad. Naambordjes veranderden in nummers omdat Joden geen mensen meer waren, maar enkel bestonden uit cijfers.

Een belangrijk werk voor haar is de ‘Boulevard des deporter’. Hierop staan alle mensen afgebeeld die, als ze tijdens de holocaust geleefd hadden, zeker gestorven waren. Inclusief Jezus. Het doek is gemaakt naar aanleiding van een Bijbeltekst. Daar staat ‘Red hen die ten slachtbank wandelen.’ De tekst sloeg bij haar in als een bom, vertelt ze. Zoveel jaar lang is er gezegd dat het niet strafbaar is om te zeggen dat je niet wist wat er gebeurde met de Joden tijdens de tweede wereldoorlog. Haar interpretatie van de bijbel toont dat het wel strafbaar is. Wijngaarden zegt dat ze dit niet zegt om ons naar te laten voelen maar dit zegt om ons aan het denken te zetten. Ze vertelt dat ze niet wilt oordelen over of mensen goed of slecht zijn. Maar ze wilt dat we ervan leren. Ze wilt dat mensen nooit meer de vraag stellen ‘Hoe kan dit toch gebeurd zijn?’ Het was erg zichtbaar waar de Joden naar toe gingen, maar men wilde het niet weten. Als we het op het nu betrekken, spelen er nog steeds situaties op waarvan het lijkt alsof wij het normaal moeten vinden. Zoals oorlog en moord. Dingen die vroeger niet konden, worden nu weer geaccepteerd. Door de zogenaamde ‘tolerantie’ vinden we dingen niet konden, steeds normaler.

In 1938 zou Jezus de kerk uit gestuurd zijn want de kerk was verboden voor Joden. In 1942 zou hij in een goederentrein zitten op weg naar transport. Het beeld van Jezus dat men nu heeft is ontstaan in de tijd van de tweede wereldoorlog. Er werd toen gewerkt aan een ‘arisch Europa’ en daarbij hoort een arische Jezus. De Jezus die aanbeden werd was, volgens Wijngaarden, geen Jezus. Het was een creatie van hoe men wilde dat Jezus eruit zou zien.

“We zongen de psalmen van David in de kerk, zo hard, dat de we treinen niet konden horen waar Jezus in had gezeten als hij in deze tijd geleefd had”. Haar stem slaat over bij het uitspreken van deze zin. Duidelijk hebben de woorden van deze lezing een emotionele lading voor haar.

Haar toelichting bij het volgende schilderij is dat het een Hebreeuwse vrouw is die roep doet tot Sabbat. Ze huilt. De vrouw staat voor ‘de kerk’, oftewel; haar gemeente. Wijngaarden vertelt hierbij dat het voor het Joodse volk niet goed is om Joods te worden als je niet Joods geboren bent. Ook staat er amandelbloesem op het schilderij afgebeeld. Dit staat voor het ‘waken over’ het Joodse volk door de kerk. Boven het schilderij is een stukje glas-in-lood raam. Het is van een ruimte in Amsterdam dat van joodse mensen was die daar zijn weggehaald in de oorlog.

Er zijn heel veel mensen betrokken geweest bij de vervolging van joden. Ook intelligente mensen. Volgens haar heeft afgoderij (het afbeelden van Jezus) geleid tot al deze moorden op de Joden. De reden hiervan is dat het westen een beeld heeft gecreëerd van Jezus wat niet klopte en men daarom niet meer de echte leer van Jezus gevolgd hebben. Om in te gaan tegen dit beeld van Jezus heeft ze een naakte Messias geschilderd aan het kruis. Hij was naakt en besneden, met een kroon van prikkeldraad. Zodat hij menselijk is. Volgens de Joden is het zo dat als die Jezus er was geweest, de holocaust er niet was geweest. Wijngaarden gelooft er heilig in dat Jezus binnenkort terug komt en snapt niet waarom niemand hier echt aandacht aan besteed. Maar, zelfs terwijl hij niet op aarde was, is hij altijd bij het Joodse volk geweest. Hij heeft zich alleen nog niet bekend gemaakt.