Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur maakte op 31 mei bekend dat mbo-ers volgens de wet officieel studenten genoemd gaan worden. Dit lokte zowel hele gepassioneerde positive als negatieve reacties uit. Al is het nog maar de vraag hoe veel er daadwerkelijk gaat veranderen.

In de meest letterlijke zin wordt in de wetgeving alleen het woord ‘deelnemers’ vervangen door ‘studenten’, als het om mbo-ers gaat. Dit brengt verder geen andere wetswijzigingen met zich mee. mboo-studenten hebben namelijk al recht op dezelfde studentenleningen en reisproducten als hun tegenhangers op het hbo en de universiteit.

Het is nog maar afwachten in hoeverre deze wetswijziging in het dagelijks leven terug te zien zal zijn. Op websites van onder andere de Rijksoverheid, mbo Amersfoort en de mbo-raad worden mbo-ers namelijk al sinds jaar en dag al studenten genoemd.

Woordvoerster van mbo-Amersfoort geeft aan dat, omdat ze al jaren studenten zeggen in plaats van deelnemers of leerlingen, de studenten niet massaal op het nieuwsbericht ingaan. Het is niet zo dat de school met smart uitkijkt naar schooljaar 2020/2021, als de wetswijziging daadwerkelijk van kracht gaat: “Het is goed dat er vanuit de wet bekrachtiging komt, maar omdat wij studenten al zo noemen is het eigenlijk al de normaalste zaak van de wereld”.

Een blik op het internet leert dat mensen zich wel degelijk druk maken over dit onderwerp. Op twitter kwam het besluit hevig onder vuur te liggen onder de hashtag #ditisnietmbo. Deze ongenuanceerde onlinegespreken, veelal uitgelokt door universiteitsbezoekers, werden spitsvondig beantwoord door een artikel van satirisch nieuwsmedium De Speld onder de kop ‘Mogen mbo-ers ook studenten heten? Deze 18-jarige met een stropdas vindt van niet’.

Waarom die wetswijziging er toch komt, is te danken aan Roosmarijn Dam van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Het was haar niet alleen te doen om de praktische aspecten van het probleem, zoals studentenkroegen die mbo-ers niet toelaten of bepaalde studentenkortingen die mbo-ers mislopen, maar vooral om de negatieve sociale lading die het mbo heeft gekregen. Tegen De Stentor geeft Dam aan: “Zolang er termen als leerling en ‘lager opgeleid’ gebruikt blijven worden, blijft het idee bestaan dat mbo-ers jong en onwetend zijn en het mbo niet zoveel voorstelt.”

Achraf (18) volgt een niveau 3 mbo-opleiding ICT en ook bij hem is een gebrek aan interesse te bespeuren: “Ik kan me er wel over gaan inlezen, maar uiteindelijk is alles toch hetzelfde. Alleen de naam verandert toch? Dan doe ik nog steeds hetzelfde als nu, maar heet het opeens anders”.