De Gemeente Amersfoort wilt sportclubs en –accommodaties beter gebruiken voor de maatschappij. Dit gebeurt in veel gevallen al, maar nog niet genoeg. Verschillende clubs binnen Amersfoort nemen nu het initiatief om beter gebruik te maken van de middelen die ze hebben en het maatschappelijke belang sportclubs te vergroten, waaronder Rugby Club Eemland. Verslaggever Arda Kaya sprak met Lars Wilkes en Jan Krediet van RC Eemland over de plannen in de sportnota en over de verwachtingen van deze plannen. Ook komt de huidige staat van rugby in Nederland ter sprake. Lees hier het interview:

Ha Lars en Jan, waar komen de plannen uit de sportnota precies vandaan en wat houden ze in voor de clubs op De Bokkeduinen?

Jan: ‘’Het begint bij de sportnota in 2013. Een van de dingen in de sportnota was de vraag hoe we de sportvelden beter konden benutten, daarnaast werd er tevens gekeken naar het gebruik van de faciliteiten van de sportclubs.’’

Lars: ‘’Dus ook overdag en niet alleen ‘s avonds, want zoals je kunt zien worden deze velden volop gebruikt in de avonden, er wordt constant getraind.’’

Jan: ‘’Er is gekeken naar twee punten, het is in de eerste instantie vastgoed, dus er werd gekeken naar hoe het, het beste gebruikt kon worden. In de tweede instantie op het maatschappelijke gebied, hoe kunnen we de niet-sport verengingen helpen met faciliteiten? Die twee dingen zijn vanuit de gemeente relevant.’’

Hoe gaat RC Eemland dit te verwezenlijken?

Lars: “We hebben vervolgafspraken staan met de andere partijen, want het plan is nog redelijk prematuur, er zijn nog geen concrete plannen. We hebben ideeën als RC Eemland, maar die willen we wel eerst met de andere verenigingen bespreken. Wij hebben bijvoorbeeld plannen voor een nieuw clubhuis, dit kan er dan ook bij betrokken worden. Maar op dit moment moet de invulling van de faciliteiten nog onderzocht worden, we staan er wel hoe dan ook open over.’’

Jan: ‘’Wat ook nog niet af gekaderd is, de activiteiten waar ze aan denken vinden meestal plaats in buurthuizen, dus er gaat een verschuiving plaatsvinden van buurthuizen naar sportverenigingen. Als er dus bij die buurthuizen onderbezetting en inkomstenstroom verlaging is, verplaatst je als het ware het probleem.’’

Lars: ‘’De gemeente wilt juist de buurthuizen sluiten, dan besparen ze op de subsidie van deze buurthuizen.’’

Is het dan wel financieel haalbaar voor de club zelf om constant beschikbaar te zijn voor deze plannen?

 Lars: ‘’Daar zijn we naar op zoek, want je moet het bedrijfseconomisch zien. Voor een biljartclub bijvoorbeeld, die door deze plannen dan eventueel hier zou kunnen zitten, heb je bepaalde subsidies. Dat zouden onze inkomsten moeten zijn.’’

Jan: ‘’In de eerste instantie lag de focus op velden bij dit plan. Wij betalen huur aan de SRO, die namens de gemeente de velden beheert, stel wij verhuren deze velden dan aan organisaties of ondernemingen, gaat dat geld dan niet gelijk door naar de SRO, dus naar de gemeente? Er moet natuurlijk wel iets tegenover staan dat het geheel of tenminste een deel van het geld bij de vereniging blijft.’’

Verschillende clubs zitten niet te wachten op het delen van hun faciliteiten, zien jullie ook nadelen aan deze plannen?

Lars: Ik denk dat je op een gegeven moment wel een stukje autonomie kwijt zal raken.

Jan: In dat kader hebben wij wel de discussie gehad de eerste keer tijdens de besprekingen. Wat is nog des vereniging? En dat is eigenlijk het clubhuis, die bepaald je sfeer, het veld niet, want dat is gewoon een veld. Door het clubhuis bepaal je je cultuur. Als je daar even in doordenkt komt het volgende, het clubhuis behoud je de huidige staat, en de velden ga je optimaliseren voor de behoeftes. Als je de 1-op-1 relatie behoud tussen het clubhuis en de vereniging, zouden deze plannen niet hoeven te bijten en de samenwerking dus ook niet.

Zijn er dan ook voordelen in jullie ogen?

Lars: ‘’Ik denk dat het ook nieuwe financiële middelen zal genereren, waardoor wij weer mogelijkheden hebben om meer leden te werven. We zitten daarnaast ook krap met de velden, we missen soms nu al een veld, daar kunnen we ook uitbreiding verwachten. We doen dit niet alleen om de gemeente te helpen, dat is mooi meegenomen maar er zit ook zeker eigenbelang in. Wij willen groeien en rugby promoten.’’

Even terug naar rugby, de sport is hard aan het groeien in Nederland, waar ligt dat volgens jullie aan?

Lars: ‘’Er zijn steeds meer uitzendingen op tv over rugby, bijvoorbeeld het afgelopen WK. Rugby wordt hiernaast ook vaak genoemd als voorbeeld, met alle voetbalrellen en scheidsrechters die in elkaar geslagen worden. Dit trekt veel mensen over de streep om rugby te gaan spelen.’’

Jan: ‘’Laatst hadden we hier ons 40-jarig bestaan, en toen hield de burgermeester een praatje. Die maakte een mooie opmerking, ‘Ik vind het zo mooi dat verschillende type sporters in één team kunnen spelen’ dat betekend dus dat de wat grotere en forse sporters als forwards (verdediging) en de wat snellere en kleinere sporters als backs (aanvallers) kunnen fungeren, en dit zie je in veel sporten niet. ‘’

Lars: ‘’In andere sporten zie je wat meer homogene sporters.’’

Jan: ‘’Er is een soort van ‘common ground’ en dat maakt het zo mooi.’’

 Al met al dus een mooi vooruitzicht voor RC Eemland en rugby in Nederland?

 Lars: ‘’Absoluut, dat is een mooie afsluiter.’’