Zand, kinderspeelgoed en een groot houten pallet met tien rode stoeltjes erop, liggen op de nog koude grond, maar de warme zonnestralen van de vroege morgen schijnen al op de wat grijze tegels van het plein. Snel voortbewegende voetjes, gelach, verbaasde, glimlachende en neutrale gezichtsuitdrukkingen zijn te zien op zowel de gezichten van de opa’s en oma’s als op die van de kinderen. Dan is het bijna 11 uur en is het tijd om naar binnen te gaan. “Maar eerst stampen Jeremy!”, zegt juf Esther tegen een van de kinderen die al met één voet binnen staat. “Stamp. Stamp. Stamp je voeten maar schoon,” wordt er gezongen door de kinderen, opa’s, oma’s en de juffen. Na het nummer worden opa, oma en zelfs een tante mee naar binnen genomen om koffie te komen drinken. Het is namelijk IK EN MIJN FAMILIE week op de christelijke peuteropvang de Koppel. De kinderen, grootouders en tante worden door juf Esther met een grote glimlach en zachte stem ontvangen, “Goedemorgen allemaal!”.

Een halve kring is gevormd om een kleine tafel heen met daarop een zwart fluwelen kleed. Iedereen gaat stil in de kring van zowel kleine, blauwe en groene als zwarte, grote stoelen zitten, om te luisteren naar de juf. De sterke geur van koffiebonen, thee, vers fruit en luiers hangt in het ruime lokaal. Opa’s en oma’s zitten samen met de kinderen gefocust te kijken en aandachtig te luisteren naar wat juf Esther tevoorschijn haalt en te vertellen heeft. Een witte houten vertelkoffer wordt op de tafel gezet. Het ‘Bijdehandje’ van de juf, een eretitel voor een dag, mag helpen de koffer te openen. Rustig wordt de blauwe schuifplaat opzij gehaald. Een blauwe kaft komt tevoorschijn het verhaal begint. Uit de kleine oranje rugzak, die ook bij de koffer hoort, komt een kleine zwarte onderbroek, een auto, een bosje rode rozen voor oma en een hondje. Een van de kinderen loopt naar zijn oma met het bosje bloemen in zijn hand. Want het karakter  uit het verhaal geeft ook een bloemetje aan zijn oma.

Op de christelijke opvang is het duidelijk dat het christendom centraal staat. De opvang werkt vanuit Uk en Puk thema’s en daarnaast hebben zij nog eigen thema’s toegevoegd waar de activiteiten van in het teken staan. Dit is terug te zien in het lokaal en de werkwijze van de opvang. Er hangt een plaat met een afbeelding van Josef aan de wand. De familieweek staat in teken van de liefde en het respect voor de familie. Daarnaast wordt er altijd gebeden voor grote maaltijden, om de Heer te bedanken. Ook wordt er voorgelezen in de kring uit de Bijbel. Aan de Bijbelse verhalen zitten altijd twee liedjes vast. Naast de verhalen en de verschillende thema’s die langskomen, worden er ook christelijke stukjes gemaakt. Onder andere knutselwerkjes over David die op de schapen past of kerststukjes.

Respect, eerlijkheid en liefdevol met elkaar omgaan zijn binnen het christendom de kernwoorden waar vanuit gehandeld en gewerkt wordt. Maar wat een christelijke peuteropvang nou net even anders maakt dan een reguliere peuteropvang ligt volgens Marian van de Hee, manager van peuteropvang Bijdehandjes, aan de extra liefde en zorg voor de kinderen en de gedeelde liefde voor God. Van de Hee: “De opvang is voor iedereen, vanuit elk geloof, want het belangrijkste is naar elkaar omzien en met respect met elkaar omgaan. Het christendom staat centraal door middel van deze extra aandacht voor de kinderen en het respect voor iedereen en de liefde voor God. Je bent goed zoals je bent.”

Op de peuteropvang wordt de nadruk gelegd op de voorscholing door middel van de Uk en Puk thema’s. Hierin is het belangrijk dat de kinderen voorbereid zijn op het basisonderwijs. Van de Hee: “De zorgvraag neemt steeds meer toe. Kinderen met een achterstand krijgen het lastig op de basisschool als er niet de juiste begeleiding is. Op de peuteropvang wordt er gekeken naar en bijgehouden hoe het kind zich ontwikkelt. Zo kijken wij binnen de kleine motoriek naar hoe het kind omgaat met objecten tijdens het maken van onder andere knutselwerkjes of kraalwerken. Binnen de grote motoriek door middel van hinkelen en spelen met een bal etc. kijken wij naar hoe zij zich ontwikkelen tijdens speel en spel. En daarnaast kijken wij naar hoe het kind omgaat met anderen en naar hun taalontwikkeling. Over het algemeen laten wij door middel van verhalen en fantasie kinderen op spelenderwijze kennis maken met het geloof.”

Pittenzakken gooien tegen een stapel van groen met rood en blauw gekleurde bekertjes, een ketting weven van kralen en pannenkoeken bakken in de speelkeuken. “Nee oma, dat is de oven, dit is de vaatwasser”, zegt een van de kinderen in de speelkeuken. De opa en oma van een van de kinderen waren aan het lachen om en met hun kleinkind. “Ik vind het super om hier te zijn samen met mijn kleinkind”, vertellen de opa en oma van Hugo. En dan is het alweer tijd om naar huis te gaan en wordt er nog één keer met zijn alle gezongen. Dit keer een liedje genaamd ‘Handjes gevouwen’. “Amen, amen” waren de laatste woorden die klonken door grote gekleurde ruimte.