Ze is onlangs genomineerd voor de ‘World Press Photo’ in de categorie ‘longtermprojects’. Op 3 februari mocht ze haar zesde prijs bij de Zilveren Camera ontvangen: de eerste prijs voor een serie in het ‘sportfondsenbad’. Haar fotografie valt dus nogal in de smaak. Toch is Carla Kogelman (56) niet altijd fotografe geweest. Pas op haar 47ste maakte ze een carrièreswitch. Wie is die vrouw achter de camera?

Je hebt voor je begon met de fotografieopleiding eerst 25 jaar lang gewerkt in de theaterwereld. Waar is dat begonnen? ‘Ik ben op mijn 18e verhuisd naar Amersfoort om een sociaal pedagogische opleiding te volgen. Daarna heb ik een tijdje gewerkt als invalkok en groepsleider. Onderwijl werkte ik als kok bij een reizend poppentheaterfestival en ik deed vrijwilligerswerk bij jeugdtheater en jeugdfilm. Zo leerde ik allerlei theatergroepen kennen. Toen ik in 1991 verhuisde naar het Kleine Spui, ben ik begonnen  met ‘Kleine Spui Produkties. Dit deed ik samen met iemand anders. We merkten al vrij snel dat we een soort niche in de markt hadden ontdekt, doordat we voornamelijk beeldende theatergroepen verkochten. Die waren ook in het buitenland makkelijker te verkopen, omdat je niet afhankelijk bent van tekstvertalingen. Ik heb een hele boel groepen verkocht in het buitenland: in Bolivia, Zuid-Afrika, Scandinavië. Ons netwerk was heel verschillend en internationaal.’

Toch hielden jullie op een gegeven moment voor gezien. ‘In 2007 stopte de samenwerking met een Australische poppenspeler. De grootste bron van inkomsten. En toen bleek dat de samenwerking met mijn zakelijke partner ook voorbij was, vroeg ik me af: ‘Wat ga ik nu doen?’ ‘Ga ik nog door?’, ga ik al die jaren weer met een brochure bij festivals en schouwburgdirecteuren voor de deur liggen, of ga ik iets anders doen? En ik fotografeerde altijd al, maar alleen op standje automatisch. Ik wist niets van de techniek. Ik snapte niet wat er was mislukt als een foto was mislukt, dus ging ik naar de open dag van de foto academie. Ik ben begonnen met een basisopleiding. Een cursus van 6 weken. Ik dacht: ‘na zes zaterdagen snap ik het allemaal wel’. Maar na die zes zaterdagen wist ik eigenlijk nog minder, dus besloot ik om de volledige opleiding te gaan doen. Betaald met de erfenis die ik van mijn ouders had.’

Weer terug de schoolbanken in. ‘Ja maar dat voelde helemaal niet gek, ik vind het juist leuk om de jongere generatie tegen te komen. Te zien waar zij mee bezig zijn. ik vind het dan ook ontzettend leuk om nu les te geven op het Grafisch Lyceum. Van beide kanten leer ik. ‘In eerste instantie wilde ik natuurlijk de techniek leren, maar in tweede instantie moet je die eigenlijk ook weer helemaal vergeten. De techniek moet je zo eigen zijn, dat je je eigen verhalen kunt vertellen. En daar gaat het natuurlijk om.’

Is er een moment uit die studieperiode dat je altijd bij blijft? ‘Ik had een docent, documentairefotografie, die zei: ‘het zou leuk zijn als een van jullie een landelijke politicus gaat volgen.’ Dat riep dat allerlei vragen bij mij op. Hoe dan? Wie dan? En waarom dan? Uiteindelijk heb ik een paar maanden John Leerdam gevolgd. Het leuke is dat je overal komt. Als je je maar open opstelt en een bepaald soort nieuwsgierigheid hebt. Dan kom je er wel. En dan heb je nog als voordeel dat je heel veel tijd in iets kan steken. Dat zie je gewoon zo aan het verhaal. Als ik ergens een uur ben, krijg ik een ander verhaal dan wanneer ik ergens tien keer langs ben geweest. Het grootste gedeelte van fotografie bestaat niet uit het fotograferen zelf. Het winnen van vertrouwen is heel belangrijk voor een foto.’

Achter de schermen bij A’DAM & EVA
Carla Kogelman

Je hebt een fotoserie geschoten van acteurs backstage en je maakte foto’s backstage bij de opnames van de serie A’DAM & EVA. Die serie heeft ook een eigen boek gekregen. Dan is het toch weer de theaterwereld die je opzoekt met deze series. ‘Ik kwam natuurlijk uit die wereld en verhalen worden waardevoller, wanneer je ze dicht bij jezelf houdt. Ik vond het interessanter om een ander verhaal op beeld te krijgen dan die de regisseurs of theatermaker hebben. Ik zoek dan meer naar mijn verhaal. Anders is het meer een scènefoto en sta ik meer in dienst van de regisseur.’

Ook kinderen spelen vaak een hoofdrol in je fotografie. ‘Dat heeft ook weer te maken met mijn eerste opleiding, sociaal pedagogiek. Als kinderen iets niet interessant vinden, laten ze dat ook zien. Dat onaangepaste intrigeert mij veel meer, dan het keurig binnen de lijntjes denken. Een aantal jaar geleden heb ik in samenwerking met de Melkweg, Fotolab Kiekie en dance4life een aantal Surinaamse meisjes gevolgd tijdens hun balletles. Toen kwam ik erachter dat ik het veel interessanter vond om niet hun dans op de balletles te fotograferen, maar juist daarbuiten: wanneer ze thuis zijn bijvoorbeeld. Eigenlijk zoek ik dan naar het drama in het dagelijkse.’

De thema’s in je fotografie hangen dus wel op een bepaalde manier samen. Zou je zeggen dat er door je alle fotoseries een rode draad loopt? ‘Ik vind wel dat ik een bepaald signatuur heb. Mijn foto’s zijn natuurlijk voornamelijk zwart-wit. Er zijn een heleboel mooie zwart-wit verhalen te maken. Het is tijdlozer, je kunt meer series naar elkaar toe trekken, meestal hebben ze meer inhoud én er zit meer gevoel in.’

Is dat iets wat je altijd wilt vastleggen, een gevoel? ‘Eigenlijk wel. Ik probeer het altijd vast te leggen, maar het is meer aan de kijker om dat te bepalen. Iedereen heeft een andere kijk. Ik denk dat de tijd die je ineen serie stopt ook heel bepalend is. De serie van de paralympische sporters in sportfondsenbad heb ik ook niet in een dag geschoten. Ik moest eerst mijn eigen schroom over. Als je over die schroom heen bent, kun je weer verder. Ik wilde ook hun kracht laten zien. Het is natuurlijk eigenlijk hartstikke knap. Bijvoorbeeld de foto van deze man.’ Ze wijst naar een foto waar een man op een been zijn haar staat in te zepen. ‘dat is ongelofelijk knap’. Carla staat op om het te illustreren. Al lachend probeert ze de pose uit. Mislukte poging. ‘Ja dat is dus echt moeilijk. ‘

Voor een ander lang termijn project heb je twee zusjes gevolgd uit het Oostenrijkse dorpje Waldviertel. Hoe is dat ontstaan? ‘In eerste instantie ben ik daar beland na de aanvraag om daar een serie te maken. Dat is natuurlijk heel breed. Het was zoeken en uiteindelijk heb ik toen de meisjes ontmoet. En zo is het begonnen. Vanuit mijn pension reisde ik iedere dag naar ze af. Om te laten zien waar ik mee bezig was liet ik hun moeder iedere keer prints van de keer daarvoor zien. Zij vond het erg leuk. Ze had van zichzelf namelijk amper foto’s van vroeger. Op gegeven moment stelde ze zelfs een van hun vakantiewoningen voor mij beschikbaar. Zo kon ik nog vaker bij de meisjes zijn. Om twaalf uur ‘smiddags stond de warme hap klaar. En juist door deze positie zijn de foto’s zo geloofwaardig geworden, denk ik. De foto’s zijn niet geposeerd.

je werd als ware onderdeel van hun leven. Met camera. ‘Als ik zonder camera zou aankomen, zou dat raar zijn. Ook voor mij eigenlijk. De camera geeft me mogelijkheden om bepaalde grenzen over te gaan, waardoor ik ook overal binnen kom.Vroeger reisde ik met theatergroepen mee en was ik daar onderdeel van. Ik vond het nooit leuk om als toerist ergens naartoe te gaan. Nu is het mijn camera die me een bepaalde functie geeft. Ik vind het vaak fijner om binnen te komen als fotograaf dan als mezelf. Achter de camera ben ik meer mezelf.’

Met deze serie van Hannah en Alena heb je de eerste World Press prijs gewonnen. Wat betekenen deze prijzen voor jou? Veel waardering en voldoening natuurlijk. En de World Press nog wel wat meer, aangezien dat een wereldwijde competitie is. Je fotografie technische kennis wordt ook heel erg getoetst. Ze willen dat je de camera optimaal gebruikt en zo min mogelijk nabewerkt. Zo ben ik een keer eerder gediskwalificeerd, omdat ik teveel contrast had toegevoegd. Dat vond ik echt heftig. Ze vonden de foto’s dus niet waarheidsgetrouw genoeg. Ik had het teveel naar mijn eigen hand gezet met photoshop. Toen heb ik achteraf wel een cursus gevolgd bij de persoon die mijn foto’s zo had beoordeeld. Toen ik begin dit jaar weer mijn foto’s opstuurde, ben ik wel extra voorzichtig geweest met het bewerken achteraf.’ 

Carla Kogelman