“Toen ik een keer ergens in de rij stond, drong er een vrouw voor. Ze zei: ‘Wat denk je wel niet, je bent toch anders.’ Op zo’n moment denk ik: waarom ben ik anders?” Farah Zaamiri (18) is Moslima. Ze woont in Zeist en studeert verpleegkunde aan het ROC in Amersfoort. Farah voelt zich een normale Nederlander, maar ze merkt dat sommige mensen in haar omgeving daar weleens anders over denken.

Farah heeft al verschillende keren meegemaakt dat mensen haar aanstaarden of afstand namen. Als mensen opmerkingen maken naar haar, probeert ze hier niet op in te gaan. “Ze zijn meestal gewend dat je boos wordt en ik kies er juist voor om dat niet te zijn, want ik wil laten zien dat wij niet allemaal zijn zoals zij denken.” Op zo’n moment voelt ze zich vooral machteloos. “Ik vind het meer zielig voor de persoon die zo reageert, want dan ben je zo onwetend. Iemand op een andere manier behandelen door iets als het geloof, vind ik gewoon raar.”

Op haar school in Amersfoort heeft ze geen last van vervelende opmerkingen. “Mijn klasgenoten zijn vaak juist heel nieuwsgierig naar mijn geloof.” In Zeist had ze er op school ook geen last van, maar ze merkt wel verschil tussen Amersfoort en Zeist. “Ik merk dat mensen in Amersfoort me bijvoorbeeld veel vaker aanstaren of afstand nemen. Vaak zijn het iets oudere mensen. Veel mensen, die nooit echt in aanmerking zijn gekomen met buitenlanders, denken dat we heel anders zijn en dat we raar zijn. Maar ik eet ook gewoon weleens andijviestamppot met het avondeten. Zo heel anders zijn we niet.”

Hoewel Farah genoeg vervelende dingen heeft meegemaakt, vindt ze dat ze nooit is gediscrimineerd, maar haar moeder wel. Farah was erbij toen een vrouw haar moeder beschuldigde van iets wat ze niet had gedaan. “We liepen naar de auto in Zeist en toen mijn moeder de autodeur opendeed, kwam er een vrouw schreeuwend naar mijn moeder toe en zei dat ze met de deur op haar auto had gekrast. Mijn moeder werd daar een beetje bang van, ze schrok en vroeg waar ze het over had. De vrouw liet de kras zien, maar die kras was een stuk verder naar achteren dan onze autodeur überhaupt kon komen. Mijn moeder zei dus dat ze dat niet gedaan zou kunnen hebben. De vrouw bleef doorgaan en zei dat hij er wel tegenaan komt, dus zei ik in het Arabisch tegen mijn moeder: ‘Kom, we gaan de auto in. Laat haar maar gewoon met rust.’ De vrouw schreeuwde vervolgens over onze taal en zei dat wij allemaal weg moeten gaan, wat wij hier te zoeken hadden en dat wij allemaal gewoon terug moeten. Ik zei: ‘Mevrouw, u weet dat u fout zit dus ik begrijp niet waarom u nu zo raar doet.’ Toen deed ze nog bozer en zijn we ingestapt en weggereden.” Thuis spreken Farah en haar moeder er niet meer over. “Mijn moeder staat er hetzelfde in als ik. Zij denkt ook: laat ze het maar zeggen, want wat schiet je ermee op als je boos wordt? Ze zullen alleen maar nog meer zeggen ‘oh kijk ze zijn allemaal hetzelfde.’”

Op het ROC in Amersfoort praat Farah wel vaak in de klas over de tolerantie van moslims. “Ik heb echt een discussieklas. Als ik bijvoorbeeld zeg dat ik vind dat mensen mij niet altijd accepteren, omdat ze me aankijken of vinden dat ik anders ben, gaat de klas daar meteen op in. Dan geef ik mijn mening waardoor je weer een discussie krijgt, in goede zin. Je leert er namelijk allebei wat van.”

Niet alleen in Nederland heeft Farah soms last van mensen die haar geloof niet accepteren, ook in het buitenland maakt ze het soms mee. “Afgelopen kerstvakantie in Duitsland liep er iemand langs en maakte braakgeluiden. Ik, mijn zus en mijn tante liepen voorop en mijn moeder en mijn oma liepen achter. Toen hij langs ons liep dachten we dat hij misschien wat in zijn keel had, maar toen liep hij langs mijn moeder en deed hij het weer.” Rot voelt ze zich niet op dat moment, Farah staat er redelijk nuchter in. “Ik vind je eigenlijk gewoon dom als je dat doet, omdat je niet verder wilt kijken naar een persoon, maar alle moslims over een kam heen scheert. Ik wil dan niet eens meer iets met je te maken hebben, want dan accepteer je mij dus niet als persoon. Je houdt je dan vast aan een bepaald beeld, terwijl je me niet eens kent. Je ziet alleen dat ik een hoofddoek draag en dat is het.”

Farah merkt zelf niet zo erg dat mensen een slechter beeld van Moslims hebben gekregen door de IS. “Wat ik wel heel vaak merk is dat mensen toch graag mijn mening horen over de IS. Ik kan er niks van vinden, ik ben het gewoon niet met ze eens. Er staat nergens in de Koran dat je iemand moet vermoorden. Ze vermoorden zelfs Moslims, dus hoe kan je dan denken dat de IS Moslims zijn.”

Tegen de mensen die de Islam niet willen accepteren zou Farah het volgende willen zeggen: “Doe onderzoek en kijk verder dan je neus lang is. Als je één iemand ziet die op een bepaalde manier handelt, betekent het niet dat iedereen zo is.”

 

 

Eindredactie: Georgia Oost