Onlangs was ik bij Typisch Jij. Een Tweedehandswinkel én re-integratie plek ontstaan bij Carmie Jonkers. Ze wilde iets doen voor de kwetsbaren in onze samenleving. Uit eigen ervaring weet ze namelijk hoe vervelend het kan zijn als je merkt dat je buiten de boot valt. Met Typisch hoopt Carmie deze mensen hun gevoel van eigenwaarde terug te geven. Iets wat veel betekent voor de toekomst van iemand die midden in een burn-out zit, of kampt met de moeilijkheden die horen bij een verstandelijke beperking. Carmie ontvangt ze allemaal met warmte en liefde. Haar werknemers spreken niet anders dan met enthousiasme over hun baan.

Toch moet Carmie nog altijd vechten om werknemers, die bij haar willen re-integreren. Dat is niet omdat deze mensen er niet zijn, maar omdat de instelling, waar ze vandaan komen, ze niet wilt loslaten. Een instelling krijgt namelijk subsidie voor een ieder die bij hen komt re-integreren, en die subsidie willen ze niet aan Carmie kwijt. Dit terwijl zij precies hetzelfde werk verricht als de instelling. Tot op de dag van vandaag gaat de strijd om geld door. Dagelijks heeft Carmie contact met instellingen van haar werknemers.

Zo is er Jason, die komt van de instelling Amerpoort. Hij heeft een verstandelijke beperking en werkt bij Carmie. In het begin was hij erg verlegen,  maar nu voelt hij zich volledig op zijn gemak in de winkel. Imiddels handelt hij veel taken zelfstandig af. ‘Hier heb ik het gevoel normaal werk te hebben, zoals iedereen. Er wordt gekeken naar mijn mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden,’ vertelt Jason.

Ondanks Jason zijn enorme groei, hoeft Carmie geen cent te verwachten van de instelling. De subsidie die bestemd is voor Jason houden zij voor zichzelf. Daar is namelijk ook dagbesteding voor hem geregeld. Jason mag blijven, maar de kopzorgen van Carmie worden alsmaar groter.

Het is een ingewikkelde zaak. Er zijn veel vraagtekens en veel spelers met ieder hun eigen belang. Een simpele oplossing is er niet, maar toch is er een ding kristalhelder: het belang van re-integratie is verschoven van ‘de mens’ naar  ‘het geld’. Re-integratie is slachtoffer geworden van een commerciële markt. Een markt waarin niet langer ‘jij en ik’ centraal staan, maar je bankrekening. Dat is niet erg, als het  gaat om een nieuw bankstel van de woonboulevard bij de Bijlmer Arena. Of om de nieuwste iPhone. Maar hier gaat het om mensen. Bovendien is re-integratie niet iets waar je voor kiest. Op het moment dat het je overkomst, hoop je op genoeg hulp en ondersteuning, zodat je weer op eigen benen verder kan. Waar je allerminst hoopt is speelbal te worden van instellingen die vechten om financieel gewin. Een concrete oplossing is er nog niet. De tijd zal het leren. Laten we in ieder geval beginnen bij luisteren naar de mens in plaats van het geld.