‘De voorkeursvariant die als uitkomst voorshands de meeste kans maakt om een duurzame, stabiele en ambitieuze coalitie te worden bestaat uit (op alfabetische volgorde): Christen Unie, D66, Groen Links en VVD’. Aldus Joris Backer.

De huidige college-combinatie D66, VVD, PvdA, CU heeft geen meerderheid meer in de nieuwe gemeenteraad en is dus niet een mogelijke variant. ‘Een rekenkundige analyse laat gemakkelijk zien dat er in theorie wel 31 varianten van coalities mogelijk zijn, indien het uitgangspunt een getalsmatige meerderheid groter dan 20 zetels is. Desgewenst kan natuurlijk ook naar grotere meerderheden worden gezocht’ schrijft Joris Backer in het eindrapport over de verkenning. Echter waren er na de eerste gesprekken die Joris Backer voerde met de fracties 4 varianten naar voren gekomen.

GL/VVD/CDA/D66 (24)

D66/VVD/CDA/CU (22)

GL/CDA/D66/CU (22)

GL/PvdA/SP/D66/CU(21)

Na deze inventarisatie, stelde Joris Backer aan de hand van de antwoorden die hij tijdens de gesprekken heeft verzameld, zichzelf de vraag of de uitslag in termen van winst of verlies een directe aanwijzing geeft voor een keuze uit deze varianten. Zo heeft Groen Links tijdens de gemeenteraadsverkiezingen de grootste zetelwinst geboekt en heeft D66 het grootste verlies geleden, maar is desondanks de grootste partij gebleven. Ook Amersfoort 2014 heeft winst geboekt, maar waar landelijk ca. 30% van de stemmen naar lokale partijen gaan, heeft deze trend zich niet verder gemanifesteerd in Amersfoort.

Tijdens de gesprekken met de fracties concludeerde Joris Backer dat er tot nu toe geen uitsluitingen of blokkades zijn. Ook inhoudelijk zijn er geen onoverbrugbare blokkades voor samenwerking tussen de fracties. Wel hebben de ze hun standpunten over welke partners zij prefereren. Veel partijen gaan liever niet in zee met partijen die in het verleden vaak moties van wantrouwen hebben ingediend.

Ondanks de verschillen tussen de partijen zouden volgens Joris Backer de Christen Unie, D66, Groen Links en VVD het meest kansrijk zijn om de stap naar daadwerkelijke collegevorming succesvol te maken. Een van de redenen hiervoor is de voorkeur voor een vierpartijencoalitie. Hoe meer partijen in de coalitie hoe groter de verwatering van de ambitie. Aanvankelijk stond deze combinatie van fracties niet in de top 4. Deze conclusie heeft Joris Backer pas getrokken na de tweede ronde, waarbij de gesprekken dieper ingingen op inhoudelijke onderwerpen, ambitie en voortschrijdend inzicht. In vrijwel alle gespreken zijn er onderwerpen zoals de renovatie van het stadhuis, de Westelijke ontsluiting, woningbouw, de financiering van sociaal domein en de duurzaamheidsopgave ter sprake gekomen. Er zullen inhoudelijk compromissen gesloten moeten worden maar dit zal desondanks een duurzame, stabiele en ambitieuze coalitie worden. Deze conclusie betekent niet dat de andere 4 varianten, genoemd in het tussenrapport, voorgoed geëlimineerd zijn. Dit geldt echter wel voor de vierde variant (GL/PvdA/SP/D66/CU) die door geen van deze fracties nog werd gezien als realistisch.

Als de vier betrokken partijen in de toekomst toch nog voor blokkades komen te staan door onvoorziene politieke tegenstellingen dan zullen de anderen varianten worden heroverwogen en zal de voorkeur naar een andere vierpartijencoalitie gaan.