Op het Corderius College begint de schooldag niet gelijk met de reguliere lessen, maar met een bijzondere opening. De zogenoemde dagopeningen staan iedere week in het teken van een ander thema. Die onderwerpen worden besproken met door docent én leerling.

Terwijl de half wakkere havo 5-leerlingen al keurig met hun wiskundeboeken voor hun neus twee aan twee aan de tafeltjes zitten, begint hun docent over het thema van de week: ‘kapot’ te praten. Na een introductie en even in interactie te zijn geweest met de leerlingen leest Bakker een stukje tekst uit het methodeboekje de ‘oase’ voor. Tussendoor komt er nog een leerling met het witte ‘te-laat-briefje’ van de leerlingenbalie in zijn hand nonchalant het lokaal binnen. Hij wordt welkom geheten met een opgewekte begroeting van zijn docent.

Vooraan in het lokaal hangen twee whiteboarden aan de zijkanten tegen de muur, in het midden hangt een digibord die de ruimte ertussenin opvult. Verder is er in het lokaal een gigantische geometrie-driehoek voor de tekeningen op die borden en een paar wiskundige posters op de muur aanwezig; niet bepaald een ruimte waarbij verwacht wordt dat het over andere zaken gaat dan wiskunde. Toch is het zo, tijdens de dagopeningen wordt een breed scala aan onderwerpen in het leven besproken. “Een dagopening is een kort moment aan het begin van de dag waarop de docent een onderwerp aan de orde stelt, wat buiten zijn vakgebied ligt.” Aldus Bakker. “Dat kan een maatschappelijk thema zijn wat momenteel aan de orde is, een thema van de week of een stukje uit de Bijbel.”

Van oudsher geeft de middelbare school al de dagopeningen, vroeger directer vanuit het christelijk-protestantse geloof.  Toen begon de dag vaak met een gebed of met een stukje lezen uit de Bijbel. In de loop van de jaren is dat gemoderniseerd en naar een bredere context getrokken, maar mét de christelijke draai. Tegenwoordig wordt niet alleen het christendom belicht maar gaat er ook aandacht uit naar andere religies en overtuigingen.

De invloeden op de leerlingen kunnen verschillend uitwerken. Op korte termijn kan het effect zijn dat de leerlingen op een andere manier aan het denken worden gezet en zich meer openstellen voor nieuwe en andere ideeën. Over een langere periode heeft het volgens Bakker meer effect. “Ik hoop dat er dan allemaal zaadjes geplant zijn die op een gegeven moment gaan ontkiemen zodat leerlingen beseffen dat het waardevolle momenten waren. Ik hoop dat er een behoorlijke groep op een gegeven moment terugdenkt aan de openingen met de gedachtes: ‘Hé dat was toch wel mooi’ of ‘Ik pak die Bijbel er toch maar even bij’ ”.

Niet alleen de dagopeningen benadrukken de christelijke identiteit van de school. Er worden ook andere activiteiten georganiseerd door het hele jaar heen. Dat zijn bijvoorbeeld de kerstmusical, de goede-doel-actie voor Edukans en de zogenoemde ‘time-outs’.  Daarbij wordt er zes keer per jaar met een paar klassen in de aula een opvoering gegeven wat leerlingen en docenten samen hebben bedacht in het kader van een thema. De andere klassen komen dan kijken, luisteren en meedoen met wat er georganiseerd wordt. “Dat is ook een deel van onze identiteit, het betekent dus niet dat alle leerlingen van ons hoeven te geloven. We zijn geen instituut waarbij we allemaal willen dat je christen wordt, maar wij vinden wel dat wat op onze gevel staat (betrokken, verantwoordelijk, veilig), dat we dat ook uit moeten dragen. Het is dan logisch dat daar met enige regelmaat de link naar het christendom wordt gelegd; naar het geloof en naar de Bijbel.”

De leerlingen laten de woorden van de dagopening even op zich inwerken. Een jongen uit de klas geeft nog een opmerking over de opening. Na het daar even over te hebben gehad suggereert de docent maar eens te beginnen met wiskunde. De examens komen namelijk steeds dichterbij en dan moeten ze natuurlijk wel goed voorbereid zijn. Oók op het inhoudelijke, wiskundige vlak.