Door de roze licht doorlatende gordijnen kruipt een zonnestraal op de lage tafeltjes achterin het klaslokaal. De schriften, potloden en mandjes vol met viltstiften staan al klaar. Alleen de juf moet nog komen. Met een zwier gaat de deur open. Een vrouw met grote blauwe ogen in een lange zwarte jurk met gouden details stapt het klaslokaal binnen. Achter de juf vandaan komen drie meisjes met handen vol korans. Ze worden op tafel gelegd. “Oké, jongens en meisjes. Het is al kwart voor twee, dus laten we snel beginnen met de koran les.”

Uit onderzoek blijkt dat het steeds minder voorkomt dat kinderen het geloof van hun ouders overnemen. Volgens godsdienst docent Latiffa Belali-Knopper wordt het geloof er vaak met de paplepel ingegoten en op oudere leeftijd toch losgelaten door de kinderen. “Natuurlijk zitten er ook veel kinderen bij die echt interesse hebben in de Islam.” Vertelt de Christelijk opgevoede juf. De koranlessen op basisschool Bilal geven uitleg over de Nederlandse betekenis van de koran. De kinderen zullen hierdoor ontdekken welke rol de Islam in hun leven heeft. Dit zal verderop in hun leven helpen bij het maken van een belangrijke keuze.

Drie groepjes van ongeveer acht kinderen verspreiden zich over het met knutselwerken gevulde lokaal. Aan het prikbord hang de kaart van Nederland. Zelfgemaakte bootjes hangen met touwtjes aan het plafond. Het ene groepje is wat verder dan de ander. Dat kan ook niet anders, want een aantal kinderen uit groep vier volgt ook lessen in de moskee.

Het geluid van verschillende Arabische klanken vult de kleurrijke ruimte. Met een heldere stem wordt een soera voorgelezen. “Laat jij het nu maar eens horen, Fatima.” zegt een jonge vrouw met groene hoofddoek. Struikelend over een aantal woorden probeert het meisje met een grote bruine knot op haar hoofd de hulpmoeder na te praten. “Dat klonk al heel aardig, probeer nu dit stukje maar.”

Aan de andere kant van de klas worden twee jongentjes door elkaar overhoord. Het jongetje met een blauw petje op zijn hoofd en een grote spleet tussen de tanden legt een woord voor. “Wat is hond in het Arabisch?” De andere leerling spreekt aarzelend een woordje uit. “Nee, dat betekent ezel, gekkie!” proest het jongentje uit.

“Misschien komt het door dit lekkere weer, maar jullie zijn wel heel druk.” Met een teleurgestelde blik kijkt juf Latiffa de klas aan. “Ik vind het heel knap van jullie dat jullie elkaar zo graag willen helpen door te overhoren, maar dat kan natuurlijk ook fluisterend.” Met hier en daar een klein giecheltje beginnen de kinderen met fluisteren.

Als snel wordt het gefluister van de kinderen omgezet in het geluid van dichtklappende boeken en schriften. De pennen liggen weer in de mandjes en de stoeltjes zijn aangeschoven. De kinderen hebben de klok goed in de gaten gehouden, want zij weten dat de juf nu elk moment zal gaan voorstellen om met het eindgebed te beginnen.

Met de hardste stem van de juf op de achtergrond beginnen de kinderen te zingen. Ook de zuivere stemmen van de hulpmoeders achterin in het lokaal zijn te horen. “Oh, jee, zong ik nu het verkeerd stukje?” De kinderen weten ondanks de afleiding van hun juf zonder te giechelen door te gaan met zingen. Een voor een stoppen de hulpmoeders ook met zingen. De synchroniserende stemmen van de kinderen sluiten de soera af.

 “Ik ben trots op jullie,” laat Latiffa met een grote glimlach op het gezicht weten aan haar klas. De blauwe en roze korans mogen weer de kast in, het is nu tijd voor spelling.