“In mijn dagboek stond dat ik verpleegkundige wilde worden. Toen dacht ik: ja, misschien is het wel wat. Vroeger riep ik ook altijd ‘ik wil oude billen wassen als ik later groot ben!’ Daphne van Diermen (17) studeert verpleegkunde op het ROC Midden Nederland in Amersfoort. Inmiddels zit ze in haar tweede jaar en wil ze niks liever. Ondanks de vele leuke dingen die ze mag doen tijdens haar stage, ondervindt zij wel de problemen die ontstaan door de bezuinigingen in de zorg.

Wat vind je het allermooist aan het vak?

“Ik denk als ik echt een ding moest kiezen, wel dankbaarheid. Met een klein ding maak je die mensen al blij. Dan kom je bij een vrouwtje die je hebt gewassen en dan pakt ze een appel voor je. Soms geef ik ook een kus en dan zijn ze zo blij, dan stralen ze echt. Verpleegkunde is gewoon zoveel meer dan billen wassen en sommigen vergeten dat.”

Waarom heb je voor het ROC Midden Nederland in Amersfoort gekozen?

“De school zit naast het Meander Medisch Centrum, dus dat vond ik zelf wel prettig, dat is het nieuwste ziekenhuis in Amersfoort. In de pauzes gaan we daar lunchen. Dan zie je daar allemaal verpleegkundigen lopen en denk je: dat ben ik straks ook. Verder zijn de docenten allemaal verpleegkundigen en werken zij nog steeds in de praktijk, dus je leert echt het nieuwste van het nieuwste. Overigens is Amersfoort ook het dichtste bij voor mij. Het is maar tien minuutjes met de bus.”

Wat vind je ervan dat er bezuinigd wordt op de zorg waardoor de werkdruk hoog ligt?

“Dat vind ik heel zonde, want heel veel verpleegkundigen hebben een burn-out. Dat merk ik ook wel op werk en tijdens mijn stages. Ik vind dat wij minder papierwerk moeten krijgen, zodat we meer met cliënten bezig kunnen zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld een praatje maken, ook al is het maar voor tien minuten. Op mijn stage in Amersfoort lag de werkdruk heel hoog en had je weinig tot geen tijd voor de cliënten. Je had veel papierwerk en veel gedoe met de managers over het te besteden budget. Dat is heel jammer, want ik vind dat je naar de cliënt moet kijken niet naar het geld.”

Je hebt stage gelopen in Amersfoort, hoe was dat? Merkte je daar veel van de bezuinigingen?

“Ik vond het heel leuk. Ik werd echt behandeld als collega. Ik mocht al mensen wassen, mensen aankleden, winkelen of wandelen. Ik merkte voor mezelf niet zozeer wat van de bezuinigen, maar wel voor de cliënten. Er was bijvoorbeeld activiteitenbegeleiding. Iemand gaat dan activiteiten doen met de dementerende ouderen. Dan is het best belangrijk dat je mensen stimuleert, want ze zijn afhankelijk van jouw sturing. Maar dat is dus afgeschaft en vervolgens wordt er van verpleegkundigen verwacht dat zij activiteiten verzinnen. Sommige verpleegkundigen willen dat niet of hebben er echt geen tijd voor. De verpleegkundigen moeten namelijk naast papierwerk ook huishoudelijke taken doen en allerlei andere klusjes. Vroeger had je daar andere mensen voor maar die zijn er nu niet meer.”

Zou je stoppen met dit werk als het je te veel zou worden?

“Ik hoop het niet. Dan moet het wel heel erg zijn denk ik, dat ik echt depressief zou worden, maar ik word juist heel blij van mijn werk dus ik denk niet dat het zover zou komen. Maar stel de werkdruk is echt veel te hoog, er klopt niks meer van het management en de cliënten worden ondergewaardeerd, dan zou ik wel denken: waar doe ik het nog voor? Ik doe het nu voor de cliënten, maar ook voor mezelf, want ik word er echt heel blij van.”